ECLI:NL:RBNHO:2019:646
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke procedure over onregelmatige opzegging en achterstallig loon
De werknemer trad op 1 maart 2018 in dienst bij ‘t Stokpaardje als gastvrouw. Eind augustus/begin september 2018 gaf zij aan minder te willen werken en mogelijk te stoppen. Op 13 september 2018 was haar laatste werkdag, waarna zij niet meer is verschenen. De werknemer startte per 1 november 2018 bij een nieuwe werkgever.
De werknemer vorderde een billijke vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en betaling van achterstallig loon. ‘t Stokpaardje stelde dat de werknemer zelf op 1 september 2018 had opgezegd en dat er geen achterstallig loon was vanwege teveel opgenomen verlofdagen.
De kantonrechter stelde vast dat er geen duidelijke en ondubbelzinnige opzegging door de werknemer was op 1 september 2018. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 13 september 2018 was eenzijdig door de werkgever opgelegd, zonder geldige schriftelijke opzegging. De werknemer kreeg daarom een vergoeding wegens onregelmatige opzegging toegekend van € 1.155,00 bruto plus wettelijke rente.
Daarnaast werd een deel van het achterstallig loon toegewezen, omdat de werkgever ten onrechte ziekte-uren als vakantiedagen had aangemerkt en de werknemer recht had op loon over 3,7 dagen. De billijke vergoeding werd afgewezen vanwege de eigen aandeel van de werknemer in de ontstane verwarring en het feit dat het dienstverband spoedig zou eindigen.
De kantonrechter bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werkgever moet een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en achterstallig loon betalen, de billijke vergoeding wordt afgewezen.