ECLI:NL:RBNHO:2019:6533
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontzetting lid motorvereniging wegens bad standing niet rechtsgeldig door procedurefouten
De zaak betreft een geschil tussen een motorvereniging en een lid dat ontzet werd wegens 'bad standing'. Het bestuur nam op 6 april 2018 een bestuursbesluit tot ontzetting, maar stelde het lid niet tijdig schriftelijk op de hoogte van dit besluit en de mogelijkheid tot beroep bij de algemene ledenvergadering (ALV). Vervolgens werd de ontzetting op de agenda van de ALV van 26 april 2018 geplaatst, maar de uitnodiging maakte niet duidelijk dat het bestuursbesluit al genomen was en dat de ALV diende als beroepsmogelijkheid.
Het lid verscheen niet op de ALV vanwege vrees voor escalatie en gezondheid, en werd daarna schriftelijk geïnformeerd over de ontzetting en een opgelegde boete. De kantonrechter oordeelt dat het bestuur het recht op hoor en wederhoor heeft veronachtzaamd en het lid onjuist informeerde, wat in strijd is met de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 2:8 lid 2 BW Pro.
De kantonrechter stelt vast dat het bestuursbesluit van 6 april 2018 rechtsgeldig is, maar dat het bestuur het lid ten onrechte de mogelijkheid tot beroep heeft onthouden. Daarom wijst de rechter de vordering van de vereniging af, met name de vordering tot betaling van contributie en boete. De tegenvordering van het lid tot nietigverklaring van het ALV-besluit wordt eveneens afgewezen. De proceskosten worden aan de vereniging opgelegd.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering van de vereniging af wegens schending van het recht op hoor en wederhoor en onjuiste informatie over beroepsmogelijkheden.