ECLI:NL:RBNHO:2019:6589
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over loon na vertrek uit Nederland als bestuurder en Senior Partner
Eiser was bestuurder en Senior Partner van [B] B.V., een Nederlandse vennootschap, en ontving in 2015 een loon van €90.407. Na 15 maart 2015 verliet hij Nederland en vestigde zich in het buitenland. De Belastingdienst stelde dat het volledige loon in Nederland belast is, terwijl eiser betoogde dat alleen het loon tot 15 maart 2015 belastbaar was omdat hij daarna geen arbeid meer in Nederland verrichtte.
De rechtbank overwoog dat de dienstbetrekking niet was beëindigd en dat de loonbetaling voortkomt uit deze dienstbetrekking. Volgens artikel 7.2 Wet IB 2001 wordt een dienstbetrekking geacht geheel in Nederland te zijn vervuld, tenzij deze nagenoeg geheel buiten Nederland is vervuld en aan andere voorwaarden is voldaan, wat hier niet het geval was. Ook de functie van bestuurder van een in Nederland gevestigde vennootschap wordt geacht in Nederland te zijn vervuld.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat hij na vertrek uit Nederland niet meer belastingplichtig was en dat het territorialiteitsbeginsel werd geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015 werd bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat het volledige loon in 2015 in Nederland belast is en verklaart het beroep ongegrond.