ECLI:NL:RBNHO:2019:7086
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugvordering en ingangsdatum Participatiewet-uitkering
Eiser ontving sinds 15 december 2017 een uitkering op grond van de Participatiewet (PW). Na een rechtmatigheidsonderzoek stelde verweerder vast dat eiser vermogen had verzwegen, waardoor de uitkering over de periode van 15 december 2017 tot 1 augustus 2018 werd ingetrokken en het bedrag van €7.014,78 werd teruggevorderd.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in tegen het bestreden besluit waarin de bezwaren ongegrond werden verklaard. De rechtbank oordeelde dat de terugvordering terecht was, omdat verweerder verplicht is dit bedrag terug te vorderen en eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er dringende redenen waren om hiervan af te zien.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de ingangsdatum van de nieuwe PW-uitkering terecht op 20 september 2018 was gesteld, omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich eerder had gemeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering en de ingangsdatum van de PW-uitkering wordt ongegrond verklaard.