Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Inleiding
4.Bewijs
“die [voornaam verdachte] heeft toen mijn plek gepakt....”Het is een opmerking ‘out of the blue’. Niet blijkt uit de opmerking en het gesprek wie die [voornaam verdachte] is noch welke plek hij van [verdachte 3] , waar, wanneer en in welke hoedanigheid heeft gepakt. Benadrukt wordt dat het niet één lang gesprek is geweest dat in zijn geheel terug te herleiden zou zijn tot de diamantroof. Er wordt gesproken over plofkraken, een handel in AK’s, een bankkraak, een situatie op Schiphol, een roof in België en het uitschakelen van een zwakke schakel. Bij al die zaken zou [verdachte 3] betrokken kunnen zijn. De conclusie van het OM dat de opmerking over [voornaam verdachte] die een plek heeft gepakt, uitsluitend terug te leiden is tot de diamantroof op 25 februari 2005 kan in de visie van de verdediging niet worden getrokken. Nergens in het gesprek zegt [verdachte 3] dat hij niet mee is gegaan op 25 februari 2005. Niet is uit te sluiten dat [verdachte 3] , danwel een andere dader dan verdachte, op 25 februari 2005 de bijrijder in het gestolen KLM 43 voertuig was.
“ [voorletter verdachte 3] : Hij deed dat! Hij ken improviseren die gozer is een acteur! Ik ehm ik trek op dat moment de deur dicht. De mazzel ik ga niet eens met je in discussie man. Ik denk op dat moment alleen maar aan mijn vrijheid, wegwezen, weet je gewoon. Maar dat bedoelt die lange natuurlijk.”. Het enkele feit dat uit het dossier blijkt dat sommige door [verdachte 3] genoemde details, zoals de kleur van een auto niet juist blijken te zijn, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat hetgeen hij daarnaast in het OVC-gesprek van 17 juni 2013 heeft verteld onvoldoende betrouwbaar is om voor het bewijs te worden gebruikt. Dat geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor de opmerking van de raadsman dat [verdachte 3] in het OVC-gesprek slechts één zin zegt over [voornaam verdachte] :
“die [voornaam verdachte] heeft toen mijn plek gepakt....” en dat dat een opmerking ‘out of the blue’ is. De rechtbank is van oordeel dat deze uitlating van [verdachte 3] niet zomaar een losse opmerking is, zoals de raadsman meent. Gelet op de hiervoor beschreven context valt juist op hoe precies deze opmerking past in het geheel van feiten en omstandigheden en daarin ook verankering vindt.
- de kneedbare explosieven zijn aangetroffen in een blauw kartonnen doosje van het merk “Knauf”. Dit doosje met explosieven stond
- de munitie in een transparant zakje zat en was opgeborgen in een plastic tas van
- het vuurwapen is aangetroffen in een bruin stoffen zak welke in de mouw van een colbertjasje was geplaatst. Het colbertjasje zat in een doos met meerdere kledingstukken. Op deze doos stond meerdere keren met zwart stift geschreven “kleding [voorletter verdachte] ”.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
onder 1.bewezenverklaarde levert op:
onder 4.bewezenverklaarde levert op:
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vorderingen benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
6 (zes) jaar.
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.100,00 (éénenveertigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
51 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.100,00 (éénenveertigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
51 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening.