ECLI:NL:RBNHO:2019:7851
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op voorkoming dubbele belasting voor muzikant in loondienst bij eigen BV
Eiser, een muzikant en directeur van zijn eigen BV, trad in 2012 op in binnen- en buitenland. Zijn BV ontving de gages en betaalde hem een vast salaris. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op, welke eiser betwistte met het beroep op voorkoming van dubbele belasting.
Eiser stelde dat hij recht had op vrijstelling en verrekening van buitenlandse bronbelasting, onder meer op grond van belastingverdragen met diverse landen. Hij leverde echter geen concrete stukken aan waaruit bleek hoeveel bronbelasting in welk land was ingehouden en op wiens naam. De BV verantwoordde de buitenlandse bronbelasting in haar vennootschapsbelastingaangifte, maar eiser kon niet aantonen dat deze belasting op zijn persoonlijke inkomen betrekking had.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aanspraak kon maken op voorkoming van dubbele belasting. De BV en eiser zijn afzonderlijke fiscale subjecten, waardoor bronbelasting bij de BV niet verrekend kan worden met de inkomstenbelasting van eiser. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan bewijs van gelijke gevallen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Een voortwentelingsbeschikking werd niet vastgesteld. De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep op voorkoming van dubbele belasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.