ECLI:NL:RBNHO:2019:7936
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor blokhut in strijd met bestemmingsplan
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend aan een derde-partij voor het gebruik van een blokhut in strijd met het bestemmingsplan, geplaatst op 30 cm van de erfgrens met een hoogte die 0,76 meter boven de toegestane 3,14 meter uitsteekt. Eisers, buren met een bedrijfspand tegen de erfgrens, voerden aan dat zij door verjaring het recht hebben op vensters in hun pand en dat de blokhut deze vensters blokkeert, wat een privaatrechtelijke belemmering vormt.
De rechtbank overwoog dat de beoordeling van privaatrechtelijke belemmeringen niet evident was en dat de burgerlijke rechter hiervoor bevoegd is. Ook werd geoordeeld dat de blokhut slechts een geringe extra beperking van uitzicht en daglichttoetreding veroorzaakt en geen onredelijke hinder oplevert. Het betoog over niet-naleving van brandveiligheidseisen viel buiten de bestuursrechtelijke beoordeling omdat de vergunning alleen betrekking had op strijd met het bestemmingsplan.
Verweerder had in redelijkheid kunnen oordelen dat de vergunning paste binnen een goede ruimtelijke ordening, mede omdat het bestemmingsplan al bebouwing tot 3,14 meter toestaat en de hoogteoverschrijding beperkt is tot de nok van het dak. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vergunning bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de blokhut wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.