ECLI:NL:RBNHO:2019:8005
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- R.H.M. Bruin
- B. Veenman
- Rechtspraak.nl
Vermindering dwangsom wegens onredelijke hoogte bij asbestverwijdering zonder juiste sloopmelding
Eiser exploiteert een bedrijf waar asbesthoudende dakdelen aanwezig zijn. Verweerder stelde vast dat eiser zonder sloopmelding en zonder correcte afvoer van asbesthoudend materiaal sloopwerkzaamheden uitvoerde, wat een overtreding is van artikel 1b van de Woningwet juncto artikel 1.26 van het Bouwbesluit 2012. Verweerder legde een last onder dwangsom op van €40.000 om herhaling te voorkomen.
Eiser betwistte de overtreding en de hoogte van de dwangsom. De rechtbank oordeelt dat de overtreding heeft plaatsgevonden, omdat eiser geen sloopmelding deed en onvoldoende bewijs leverde van correcte afvoer van circa 100 m3 asbesthoudend afval. De last onder dwangsom is daarom terecht opgelegd als herstelsanctie.
Echter acht de rechtbank de hoogte van de dwangsom van €40.000 niet redelijk in verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de kosten van sanering. De rechtbank stelt de dwangsom daarom vast op €17.000, gebaseerd op de verwachte saneringskosten en een verdubbeling als financiële prikkel.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het de dwangsom betreft, draagt verweerder op het griffierecht te vergoeden en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €1.024. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland op 24 september 2019.
Uitkomst: De dwangsom wordt verminderd van €40.000 naar €17.000 wegens onredelijke hoogte.