Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening in de zin van artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) met producties, en
- de incidentele conclusie van antwoord met producties.
2.De feiten
3.Het geschil in de hoofdzaak
4.Het geschil in het incident
5.De beoordeling in het incident
‘nog langer onrechtmatige hinder te plegen, in de vorm van ernstige geluidsoverlast die [gedaagde] vroeg in de ochtend en in de nacht veroorzaakt’is naar het oordeel van de rechtbank te ruim en onbepaald omschreven. Daar komt nog bij dat [eiser] de gestelde geluidsoverlast, tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] , onvoldoende heeft onderbouwd. Gelet op het voorgaande wordt deze vordering afgewezen.
6.De beoordeling in de hoofdzaak
7.De beslissing
6 november 2019voor conclusie van antwoord.