Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.De ontvankelijkheid van de officier van justitie
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
5 (vijf) jaren.
[minderjarige 1]niet-ontvankelijk in de vordering.
[minderjarige 2]niet-ontvankelijk in de vordering.
[aangeefster]geleden schade tot een bedrag van
€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro), als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
23 januari 2018tot aan de dag der algehele voldoening, aan
[aangeefster], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[aangeefster]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
160 (honderdzestig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
23 januari 2018tot aan de dag der algehele voldoening.