Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 oktober 2019 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Beslissing
Geschil25. In geschil is of verweerder terecht inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking heeft genomen bij het opleggen van de onderhavige aanslagen IB/PVV.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslagen IB/PVV tot aanslagen berekend naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 250.000 en laat ze voor het overige in stand;
- vermindert de beschikkingen heffingsrente en belastingrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden besluiten;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.147;
- veroordeelt de Staat (Minister voor Rechtsbescherming) tot vergoeding van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.853;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.532.
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van, in totaal, € 92 aan eiser te vergoeden.