ECLI:NL:RBNHO:2019:9120

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 oktober 2019
Publicatiedatum
31 oktober 2019
Zaaknummer
7322792 \ CV EXPL 18-9590 etc.
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 222 RvVerordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering rente wegens niet-nakoming schikking luchtvaartmaatschappij

Vijf passagiers hebben een vervoersovereenkomst met Easyjet gesloten voor een vlucht van Praag naar Amsterdam op 24 juli 2017, die meer dan drie uur vertraging opliep. Op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 vorderden zij compensatie. Na schikkingsonderhandelingen is op 4 september 2018 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij Easyjet € 467,50 per passagier betaalde.

De passagiers stelden dat Easyjet nog een bedrag van € 0,98 aan wettelijke rente verschuldigd was en vorderden dit bedrag vermeerderd met rente en proceskosten. Easyjet voerde verweer dat het volledige bedrag reeds was voldaan en dat de passagiers ten tijde van de dagvaarding hiervan op de hoogte waren.

De kantonrechter oordeelde dat uit de vaststellingsovereenkomst en e-mailcorrespondentie blijkt dat de betaling reeds was verricht en dat geen afspraken waren gemaakt over een uiterste betaaldatum of rentevergoeding. Hierdoor ontbrak het belang bij de vordering van de passagiers. De vorderingen werden afgewezen en de passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen van de passagiers tot betaling van wettelijke rente werden afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknrs./rolnrs.: 7322792 \ CV EXPL 18-9590, 7322824 CV EXPL 18-9591, 7322169 CV EXPL 18-9585, 7321388 CV EXPL 18-9570, 7322112 CV EXPL 18-9582 en 7322153 CV EXPL 18-9584
Uitspraakdatum: 30 oktober 2019
Vonnis in de zaak van:
[passagier 1]
wonende te [woonplaats]
eiser
gemachtigde AGIN Boeder Gerechtsdeurwaarders
en
[passagier 2]
wonende te [woonplaats]
eiser
gemachtigde AGIN Boeder Gerechtsdeurwaarders
en
[passagier 3]
wonende te [woonplaats]
eiser
gemachtigde AGIN Boeder Gerechtsdeurwaarders
en
[passagier 4]
wonende te [woonplaats]
eiser
gemachtigde AGIN Boeder Gerechtsdeurwaarders
en
[passagier 5]
wonende te [woonplaats] (Hongarije)
eiser
gemachtigde AGIN Boeder Gerechtsdeurwaarders
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers.
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Easyjet Airline Company Limited
gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen Easyjet
gemachtigde mr. J.W.A. Lamijer

1.Het procesverloop

1.1.
De passagiers hebben ieder bij dagvaarding van 30 oktober 2018 een vordering tegen Easyjet ingesteld. Easyjet heeft schriftelijk geantwoord en een incidentele conclusie strekkende tot samenvoeging ex artikel 222 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) genomen. De passagiers hebben hierop gereageerd.
1.2.
Bij vonnis in het incident van de kantonrechter zijn bovenstaande zaken gevoegd op grond van artikel 222 Rv Pro. De zaken zijn vervolgens verwezen naar de rol van 7 augustus 2019 voor schriftelijke reactie aan de zijde van de passagiers. De passagiers hebben ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld niet meer gereageerd.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met Easyjet een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Easyjet de passagiers diende te vervoeren van Praag naar Amsterdam op 24 juli 2017, hierna: de vlucht.
2.2.
De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van Easyjet gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.4.
Tussen partijen hebben schikkingsonderhandelingen plaatsgevonden. Op 4 september 2017 heeft de gemachtigde van de passagiers een e-mailbericht naar de gemachtigde van Easyjet verstuurd waarin staat:
(…)
Enkel na ontvangst van de volledige betaling conform dagvaarding, 6 x € 467,50 (c.q. de toezegging voor betaling) zal ik de procedures intrekken en verlenen partijen elkaar in deze finale kwijting.(…)”
2.5.
Hierop antwoordt de gemachtigde van Easyjet op 4 september 2018:
(…)
Hierbij bevestig ik dat cliente akkoord gaat met uw tegenvoorstellen. Ik verzoek cliente de betalingen in orde te maken, kunt u bevestigen naar welk rekeningnummer dit kan worden overgemaakt en onder welke referenties? (…)

3.De vordering

3.1.
De passagiers vorderen ieder - na vermindering van eis - dat Easyjet bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 0,98, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Easyjet vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier. De passagiers stellen dat zij op 4 september 2018 een schikking met Easyjet hebben getroffen waarin is vastgesteld dat Easyjet een bedrag van € 467,50 per passagier betaalt. Daarbovenop is Easyjet nog rente ter hoogte van € 0,98 verschuldigd. Aangezien Easyjet op of omstreeks 1 november 2018 een bedrag van € 467,50 per passagier heeft voldaan moet Easyjet per passagier nog een bedrag van € 0,98 voldoen.

4.Het verweer

4.1.
Easyjet voert aan dat het overeengekomen bedrag reeds aan de passagiers is betaald. Voor de passagiers was derhalve ten tijde van de dagvaarding al duidelijk dat de betaling was verricht.

5.De beoordeling

5.1.
Gelet op de inhoud van gevoegde zaken ziet de kantonrechter aanleiding om de beoordeling en de beslissing gezamenlijk te behandelen.
5.2.
De kantonrechter begrijpt dat de passagiers op grond van een vaststellingsovereenkomst elk nog € 0,98 aan wettelijke rente vorderen. Uit de overgelegde e-mailberichten van 4 september 2018 volgt echter dat de passagiers een betaling ter hoogte van € 467,50 zijn overeengekomen welke reeds door Easyjet voor de eerste roldatum is voldaan. Uit hetgeen is overeengekomen volgt niet dat afspraken zijn gemaakt met betrekking tot een uiterste betaaldatum en ook niet dat Easyjet gehouden is tot het voldoen van wettelijke rente over het overeengekomen bedrag. Derhalve hebben de passagiers geen belang bij de vorderingen. De vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.
5.3.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
wijst de vorderingen af;
6.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Easyjet worden vastgesteld op een bedrag van (6 x € 36,00 =) € 216,00 aan salaris van de gemachtigde van Easyjet.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter