Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 november 2019 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“Inkomen uit werk en woning (box 1)
“Inkomen uit werk en woning (box 1)
Belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1)
+ € 126.573
Geschil23. In geschil is op welk bedrag het loon uit vroegere dienstbetrekking ter zake van de afkoop van het stamrecht moet worden vastgesteld. Daarnaast is in geschil of er mogelijk sprake is van een afwaardering van een schuldvordering op de B.V. dan wel of er sprake is van een informele kapitaalstorting welke is aan te merken als een verhoging van de verkrijgingsprijs van de aandelen in de B.V.
,eerste lid, van onderdeel c trekt ertoe oneigenlijke handelingen met betrekking tot pensioenaanspraken die zijn verzekerd bij een eigen pensioenlichaam of een werkmaatschappij tegen te gaan. Hiermee wordt bewerkstelligd dat ingeval een directeur-grootaandeelhouder zijn voor verwezenlijking vatbare pensioenaanspraken prijsgeeft, de pensioenaanspraak op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip als loon uit vroegere dienstbetrekking wordt aangemerkt. Het prijsgeven van pensioenaanspraken om reguliere belastingheffing geheel of gedeeltelijk te ontlopen wordt daarmee effectief voorkomen. Zijn er dwingende maatschappelijke redenen om af te zien van pensioen zoals bij voorbeeld het geval kan zijn bij faillissement, surséance van betaling en schuldsanering, dan vindt uiteraard heffing over de pensioenaanspraak niet plaats. Het prijsgeven betreft dan immers aanspraken die naar maatschappelijke overwegingen niet meer voor verwezenlijking vatbaar zijn.”