ECLI:NL:RBNHO:2020:10131

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 december 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4063
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen navorderingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen niet-ontvankelijk verklaard

Eiser heeft op 16 juli 2020 digitaal beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst inzake navorderingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014 tot en met 2017.

De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan de verplichting om in het beroepschrift de gronden van het beroep te vermelden, zoals vereist op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Na een herstelverzoek per aangetekende brief van 25 augustus 2020, dat door eiser niet is opgevolgd, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven en er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 11 december 2020 door rechter M.C. van As.

Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2014-2017 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 20/4063 tot en met HAA 20/4066

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020 in de zaken tussen

[X] , te [Z] , eiser
(gemachtigde: R, Chanhih),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 16 juli 2020 digitaal beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar van verweerder van 8 juni 2020 inzake de navorderingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2014 tot en met 2017.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. De rechtbank is van oordeel dat de vereisten van een behoorlijk proces niet nopen tot een behandeling ter zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in de beroepschriften. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 25 augustus 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 26 augustus 2020 is bezorgd en dat is getekend voor ontvangst.
4. Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend.
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
6. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim griffier. Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.