ECLI:NL:RBNHO:2020:10138

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 december 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 3741
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 lid 2 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging gemachtigde

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2017. De gemachtigde van eiser, die geen advocaat is, heeft nagelaten een machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens eiser het beroep in te stellen. De rechtbank heeft de gemachtigde hiertoe meerdere malen verzocht, met een termijn om het verzuim te herstellen.

Ondanks uitstelverzoek en meerdere aanmaningen is geen machtiging binnen de gestelde termijn ingediend. Eiser heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet nakomen van deze verplichting. Op grond van artikel 8:24 lid 2 en Pro artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren als het verzuim niet wordt hersteld.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden bestreden door verzet.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging van de gemachtigde.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/3741

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020 in de zaak tussen

[X] , te [Z] , eiser
(gestelde gemachtigde: mr. E. Jongbloed FB),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Heerlen, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft bij brief van 29 juni 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 19 mei 2020 inzake de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2017.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Uit het beroepschrift blijkt dat gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen. Iemand - niet zijnde een advocaat - die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim binnen een hem daartoe gestelde termijn te herstellen.
3. De rechtbank heeft gemachtigde bij aangetekende brief van 5 augustus 2020 verzocht om binnen vier weken een machtiging waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens [X] toe te sturen en daarmee het verzuim te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien niet aan dit verzoek wordt voldaan, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
4. Bij brief van 31 augustus 2020 heeft mr. E. Jongbloed de rechtbank verzocht uitstel te verlenen voor het indienen van de volmacht. Bij brief van 1 september 2020, verzonden op diezelfde datum, is dit verzoek toegewezen. In deze brief staat vermeld dat eiser binnen vier weken na verzending van de brief het verzuim moet hebben hersteld. Eiser heeft binnen die termijn niet gereageerd.
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van
N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.