ECLI:NL:RBNHO:2020:10141

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 december 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 2965
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:41 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:24 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en verzuim in bestuursrechtelijke belastingzaak

Eiseres heeft op 12 februari 2020 beroep ingesteld tegen een belastingaanslag. De rechtbank stelt vast dat eiseres het griffierecht van €354,- niet tijdig heeft betaald, ondanks meerdere aanmaningen per aangetekende en gewone post. De brieven waren onbestelbaar of geweigerd, maar de rechtbank heeft eiseres alsnog in de gelegenheid gesteld te betalen.

Daarnaast heeft eiseres nagelaten binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep, een afschrift van het besluit en een machtiging te overleggen, ondanks een schriftelijke aanmaning en bevestigde ontvangst daarvan. Hierdoor is eiseres in verzuim volgens de artikelen 6:5, 6:6 en 8:24 van de Awb.

De rechtbank concludeert dat het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk is wegens het niet betalen van het griffierecht en het verzuim in het indienen van de benodigde stukken. Er is geen sprake van een verontschuldiging. De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en verzuim in het indienen van de gronden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/2965

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020 in de zaak van

[X] , eiseres
(gestelde gemachtigde: T. Fgaier),

Procesverloop

Eiseres heeft op 12 februari 2020 beroep ingesteld. Uit het beroepschrift blijkt dat dit beroep betrekking heeft op een aanslag met aanslagnummer [#] , naam van de bestuurder [A] .

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, € 354,-. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft eiseres bij brief van 9 juni 2020 in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens heeft de rechtbank deze brief aan eiseres per gewone post ter kennisneming toegezonden. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 8 juli 2020 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd met de mededeling van het postbedrijf “niet afgehaald/geweigerd”. Vervolgens heeft de rechtbank deze aan eiseres per gewone post ter kennisneming toegezonden.
4. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Verder merkt de rechtbank op dat eiseres, gelet op de artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb, in verzuim is geweest binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep in te dienen. Gelet op het bepaalde in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb in samenhang met artikel 6:6 van Pro de Awb, heeft eiseres ook verzuimd de gronden van beroep, een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft en een machtiging over te leggen. Bij aangetekend verzonden brief van 16 september 2020 is eiseres gewezen op deze verzuimen en is zij verzocht om deze uiterlijk binnen vier weken na datum van verzending te herstellen. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 18 september 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiseres heeft niet gereageerd.
6.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.