Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020 in de zaak van
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres heeft op 12 februari 2020 beroep ingesteld tegen een belastingaanslag. De rechtbank stelt vast dat eiseres het griffierecht van €354,- niet tijdig heeft betaald, ondanks meerdere aanmaningen per aangetekende en gewone post. De brieven waren onbestelbaar of geweigerd, maar de rechtbank heeft eiseres alsnog in de gelegenheid gesteld te betalen.
Daarnaast heeft eiseres nagelaten binnen de gestelde termijn de gronden van het beroep, een afschrift van het besluit en een machtiging te overleggen, ondanks een schriftelijke aanmaning en bevestigde ontvangst daarvan. Hierdoor is eiseres in verzuim volgens de artikelen 6:5, 6:6 en 8:24 van de Awb.
De rechtbank concludeert dat het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk is wegens het niet betalen van het griffierecht en het verzuim in het indienen van de benodigde stukken. Er is geen sprake van een verontschuldiging. De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en verzuim in het indienen van de gronden.