Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2]
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende incidentele vordering met producties 1 t/m 24,
- het antwoord in het incident met producties 1 t/m 8,
- het vonnis in het incident van 17 april 2019,
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties 1 t/m 24,
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 4, 25 en 26,
- de brief van 3 juli 2019 van mr. Kunst,
- het rolbericht van 3 juli 2019 van mr. Kesting met een aanvulling bij productie 11,
- de brief van 4 juli 2019 van mr. Kesting,
- het proces-verbaal van de descente en comparitie van 11 juli 2019 en de daarbij overgelegde comparitie-aantekeningen van mr. Kunst en mr. Kesting,
- de akte met betrekking tot bewijslevering van [eisers] ,
- het vonnis van 20 mei 2020,
- de brief van 8 juli 2020 met bijlagen van [eisers] ,
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 16 juli 2020,
- de conclusie na enquête van [eisers] en
- de antwoord conclusie na enquête van [gedaagden] .
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
- dagvaarding € 99,01
- griffierecht € 297,00
- salaris advocaat conventie € 2.443,50 (4,5 punten x tarief € 543,00)
- salaris advocaat reconventie