ECLI:NL:RBNHO:2020:10157
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2013 en 2014
Eiser heeft beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) over de jaren 2013 en 2014, waarbij verweerder de aftrek van specifieke zorgkosten en scholingsuitgaven heeft gecorrigeerd. De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen niet in strijd zijn met het correctiebeleid, omdat de voorwaarden van het beleid alternatief en niet cumulatief zijn toegepast.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, aangezien verweerder in 2014 weliswaar vragen stelde over de aangifte 2012, maar dit niet heeft geleid tot een redelijke verwachting dat de specifieke zorgkosten voor 2013 en 2014 zonder bewijs zouden worden geaccepteerd. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de specifieke zorgkosten en scholingsuitgaven daadwerkelijk zijn gemaakt en aan de voorwaarden voldoen.
De rechtbank wijst de beroepen daarom af, maar erkent dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar met meer dan elf maanden is overschreden. Daarom wordt verweerder veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €1.000 en een proceskostenvergoeding van €525 aan eiser. Het betaalde griffierecht wordt eveneens vergoed.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen worden ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.