ECLI:NL:RBNHO:2020:1022

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 januari 2020
Publicatiedatum
12 februari 2020
Zaaknummer
C/15/298773 / FA RK 20-386
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 7:8 lid 3 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz

De officier van justitie verzocht op 24 januari 2020 om voortzetting van een op 23 januari 2020 opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De rechtbank verwees de behandeling van het verzoek op 24 januari 2020 door naar de rechtbank Midden-Nederland, die het verzoek vervolgens op 28 januari 2020 terugverwees naar de rechtbank Noord-Holland.

De mondelinge behandeling vond plaats op 30 januari 2020, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een psychiater, een verpleegkundig specialist in opleiding en verpleegkundigen aanwezig waren. De officier van justitie was niet aanwezig. Volgens artikel 7:8 lid 3 Wvggz Pro dient de rechter binnen drie dagen na ontvangst van het verzoekschrift te beslissen. Deze termijn werd overschreden doordat de zaak op 28 januari 2020 nog werd terugverwezen.

Omdat de crisismaatregel inmiddels was verlopen, kon deze niet worden voortgezet. De rechtbank wees het verzoek daarom af. De beschikking werd op 30 januari 2020 in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgesteld op 6 februari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/298773 / FA RK 20-386
beschikking van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2020,
naar aanleiding van het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende bij [verblijfplaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. M. Verkijk, gevestigd te Haarlem.

1.Procedure

1.1
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 januari 2020, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de op 23 januari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 23 januari 2020;
  • de medische verklaring van 23 januari 2020.
1.2
Bij beschikking van 24 januari 2020 heeft deze rechtbank de behandeling van het verzoek verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland.
1.3
Bij beschikking van 28 januari 2020 heeft de rechtbank Midden-Nederland de behandeling van het verzoek terugverwezen naar deze rechtbank.
1.4
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 januari 2020, in voornoemde accommodatie.
1.5
Ter zitting waren de volgende personen aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [psychiater] , psychiater;
- [verpleegkundig specialist in opleiding] , verpleegkundig specialist in opleiding;
- [verpleegkundige] en [verpleegkundige] , verpleegkundigen.
1.6
De officier van justitie is niet ter zitting verschenen.

2.Beoordeling

2.1
Artikel 7:8, derde lid, van de Wet verplichte gezondheidszorg (hierna: Wvggz) bepaalt dat de rechter binnen drie dagen dient te beslissen, te rekenen vanaf de dag na die van het indienen van het verzoekschrift door de officier van justitie.
2.2
Gelet hierop had uiterlijk 27 januari 2020 een beslissing op het verzoek moeten worden genomen en had de zaak niet op 28 januari 2020 nog mogen worden terugverwezen naar deze rechtbank. Nu de crisismaatregel al is verlopen, kan deze niet worden voortgezet. Het verzoek hiertoe zal dan ook worden afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Ayal, rechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Alexander als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 februari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.