Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
[aangever 2]toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting van 26 november 2020 afgelegd;
- het proces-verbaal van aangifte van 17 juni 2020, inhoudende de verklaring van
- het proces-verbaal van verhoor van aangever van 17 juni 2020, inhoudende de verklaring van [aangever 1] (dossierpagina’s 28-33);
- het proces-verbaal van bevindingen van 18 juni 2020, inhoudende de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] (dossierpagina’s 96, 102-104);
- de Letselrapportage Forensische Geneeskunde van [naam arts] , forensisch arts KNMG, bij GGD Hollands Noorden d.d. 17 juni 2020, zijnde een deskundigenverslag als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 4°, van het Wetboek van Strafvordering.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Vorderingen van de benadeelde partijen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
honderdtachtig(
180) dagenjeugddetentie.
honderdzesendertig (136) dagen nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
vierenveertig (44) dagen, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
zestig (60) urentaakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door
dertig(
30) dagenjeugddetentie.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
[aangever 1]geleden schade, te weten tot een bedrag van € 5.585,18, bestaande uit € 585,18 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangever 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.