ECLI:NL:RBNHO:2020:10571
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- R.H.M. Bruin
- Th. S. Röell
- M. Mateman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in ontnemingsprocedure na strafzaak witwassen
Verzoekers hebben de wraking van de rechter verzocht die betrokken was bij hun strafzaak en nu oordeelt in de ontnemingsprocedure over wederrechtelijk verkregen voordeel. Zij stellen dat de rechter door eerdere bewezenverklaring en harde bewoordingen in het strafvonnis vooringenomen is, waardoor onpartijdigheid ontbreekt.
De wrakingskamer overweegt dat de wetgever zowel gelijktijdige als afzonderlijke behandeling van straf- en ontnemingszaken mogelijk maakt. De enkele omstandigheid dat dezelfde rechter in beide procedures oordeelt, leidt niet tot een gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De vaststelling van wederrechtelijk voordeel staat los van de bewezenverklaring van het strafbare feit en moet op eigen merites worden beoordeeld.
De wrakingskamer concludeert dat geen zwaarwegende aanwijzingen bestaan voor subjectieve of objectieve vooringenomenheid. De verzoeken worden daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.