ECLI:NL:RBNHO:2020:10611
Rechtbank Noord-Holland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende vergelijkingsobjecten en ligging
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerende-zaakbelastingen voor het kalenderjaar 2019 van een vrijstaande woning te [Z]. Verweerder had de waarde vastgesteld op €647.000, terwijl eiser stelde dat deze niet hoger kon zijn dan €529.000 vanwege de ligging aan het spoor, nabij een bedrijfspand en een drukke weg, en de gedateerde voorzieningen in de woning.
Verweerder voerde aan dat de waarde correct was vastgesteld met een correctie van 20% op de perceelwaarde vanwege de ligging en dat de vergelijkingsobjecten bruikbaar waren. De rechtbank oordeelde echter dat de vergelijkingsobjecten te grote verschillen vertoonden, met name qua perceelgrootte en woninginhoud, waardoor ze niet geschikt waren ter onderbouwing van de waarde.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende onderbouwing had geleverd voor zijn lagere waarde en dat de stellingen over de slechte ligging en voorzieningen onvoldoende waren onderbouwd. Op grond hiervan stelde de rechtbank de waarde zelf vast op €610.000 en vernietigde de uitspraak op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €610.000 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen wordt dienovereenkomstig aangepast.