ECLI:NL:RBNHO:2020:10617
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet en schuld bij incident met kraan en boomstam
Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag, subsidiair zware mishandeling en meer subsidiair het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door schuld, naar aanleiding van een incident waarbij een boomstam uit een kraangrijper viel en het slachtoffer raakte.
De rechtbank heeft uitgebreid onderzocht of verdachte opzettelijk handelde of schuld had aan het letsel. Uit verklaringen en bewijs bleek dat verdachte de grijper niet bewust had geopend en dat het loslaten van de boomstam waarschijnlijk een ongeluk was. De verklaringen van getuigen en verdachte waren deels tegenstrijdig, en de technische werking van de kraan ondersteunde het ontbreken van opzet.
Ook werd onderzocht of verdachte roekeloos of onvoorzichtig had gehandeld. Hoewel verdachte de kraan draaide met de boomstam boven het slachtoffer, was onvoldoende bewijs dat hij zich bewust was van het gevaar of dat hij de veiligheidsvoorschriften ernstig had geschonden. De rechtbank concludeerde dat er geen min of meer grove schuld was aan te wijzen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het verzoek om een deskundige te benoemen werd niet behandeld omdat er geen bewezenverklaring was.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland op 15 december 2020.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor opzet of schuld.