ECLI:NL:RBNHO:2020:10635
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen WOZ-waarde woning op basis van eigen aankoopprijs
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een hoekwoning uit 2016 met twee aanbouwen, een dakkapel en een vrijstaande garage, gelegen te [Z]. Eiser en zijn echtgenote hebben de woning op 29 december 2017 gekocht voor € 482.000, inclusief € 10.000 voor roerende zaken. De waardepeildatum is vastgesteld op 1 januari 2018.
Eiser stelt dat de waarde lager moet zijn (€ 441.000) en voert aan dat de vraagprijs € 459.000 bedroeg, inclusief € 30.000 voor roerende zaken. Tevens betwist hij de waardestijging die verweerder heeft toegepast en wijst op lagere WOZ-waarden van vergelijkbare woningen in de buurt. Verweerder handhaaft de WOZ-waarde van € 468.000, onderbouwd met het eigen aankoopcijfer en een taxatierapport.
De rechtbank overweegt dat bij een recente aankoop kort voor de waardepeildatum de koopsom in principe de waarde in het economische verkeer weerspiegelt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet het geval is. Nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de koopsom niet de marktwaarde weerspiegelt, acht de rechtbank de vastgestelde waarde niet te hoog.
Daarmee wordt het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding om de overige beroepsgronden te behandelen en veroordeelt eiser niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 468.000 wordt ongegrond verklaard.