Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
(…)
(…)
Rechtbank Noord-Holland
In maart 2017 sloten eiser en Peter Appel Transport B.V. een overeenkomst waarbij eiser vervoersopdrachten uitvoerde voor Appel ten behoeve van Albert Heijn. Eiser factureerde zijn werkzaamheden, maar Appel betaalde de laatste twee facturen niet en stelde een tegenvordering wegens vermeende diefstal van rolcontainers.
Appel stelde dat eiser rolcontainers had ontvreemd en daardoor schade had veroorzaakt, waarvoor Appel aansprakelijk zou zijn richting Albert Heijn. Eiser betwistte deze beschuldigingen en voerde aan dat het controlesysteem van Albert Heijn niet waterdicht is. Tevens stelde eiser dat Appel geen opeisbare vordering had om tot verrekening over te gaan.
De rechtbank oordeelde dat Appel geen opeisbare vordering had omdat Albert Heijn Appel niet aansprakelijk had gesteld. Het beroep op verrekening en opschorting faalde daarom. Ook de gestelde schadeposten waren onvoldoende onderbouwd. De rechtbank veroordeelde Appel tot betaling van de facturen, wettelijke rente vanaf 13 december 2019, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
De rechtbank zag geen aanleiding om te oordelen over de vraag of eiser tekort was geschoten in de nakoming van de overeenkomst of aansprakelijk was voor schade. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Peter Appel Transport B.V. wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, wettelijke rente en kosten; het beroep op verrekening wordt afgewezen.