ECLI:NL:RBNHO:2020:10859
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst tussen schilder/klusser en opdrachtgever, verrekening schade en loonvordering
De zaak betreft een geschil over de vraag of tussen [rechthebbende] en [gedaagde] een arbeidsovereenkomst bestond. [Rechthebbende] verrichtte werkzaamheden als schilder/klusser van augustus tot december 2018 en vorderde achterstallig loon en reiskostenvergoeding. [Gedaagde] betwistte het bestaan van een arbeidsovereenkomst en stelde dat sprake was van een ZZP-relatie, met een verrekening van schade en boetes.
De kantonrechter toetste de feiten aan de criteria van artikel 7:610 lid 1 BW Pro en concludeerde dat onvoldoende is gesteld dat partijen een arbeidsovereenkomst beoogden of uitvoerden als zodanig. Het ontbreken van schriftelijke afspraken en onregelmatige betalingen versterkten dit oordeel. Wel stond vast dat [rechthebbende] 109 uren had gewerkt tegen € 15 netto per uur, wat [gedaagde] niet betwistte.
De vordering tot reiskostenvergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het beroep van [gedaagde] op verrekening met schade aan de bedrijfsauto en boetes werd deels verworpen wegens gebrek aan bewijs, behalve de boetes van € 480 die [rechthebbende] moet vergoeden. De werktelefoon was een gift en kon niet worden verrekend.
Per saldo werd [gedaagde] veroordeeld tot betaling van € 1.155 netto plus wettelijke rente vanaf dagvaarding. De wettelijke verhoging en salarisspecificaties werden afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde moet € 1.155 netto betalen plus wettelijke rente, overige vorderingen worden afgewezen.