De rechtbank Noord-Holland heeft op 22 december 2020 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het invoeren van circa 5205 gram cocaïne en mishandeling van een ambtenaar.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit van invoer van cocaïne wettig en overtuigend bewezen, waarbij zij oordeelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had. Verdachte had haar koffer ingepakt en afgesloten, maar ondanks aanwijzingen dat haar partner mogelijk drugs in haar koffer had geplaatst, controleerde zij deze niet meer. Hierdoor nam zij bewust de aanmerkelijke kans op invoer van drugs voor lief. De mishandeling van een ambtenaar was niet bewezen en leidde tot vrijspraak.
Gezien de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en het eerdere strafblad van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 38 maanden op, met aftrek van voorarrest. De straf weerspiegelt de schadelijke impact van de drugshandel en de noodzaak van een vrijheidsbenemende sanctie.