Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van belanghebbenden
5.De beoordeling
6.De beslissing
Amsterdam
Rechtbank Noord-Holland
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de ondertoezichtstelling van drie minderjarigen vanwege huiselijk geweld tussen de moeder en een van de vaders. De Raad stelde dat het huiselijk geweld schadelijk is voor de kinderen en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende was, waardoor een gedwongen kader noodzakelijk zou zijn.
Tijdens de zitting werden de moeder, een vader en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling gehoord. De kinderrechter constateerde dat het huiselijk geweld incidenteel was en dat er geen sprake was van een patroon. De moeder had de relatie met de betrokken vader verbroken en er was al vijf maanden rust in het gezin. De hulpverlening werd vrijwillig geaccepteerd en de kinderen vertoonden geen zorgwekkende signalen.
De kinderrechter oordeelde dat de door de Raad voorgestelde systeemtherapie een te zwaar middel zou zijn en dat monitoring door Veilig Thuis voldoende waarborg biedt voor de veiligheid van de kinderen. Daarom werd het verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende patroon van huiselijk geweld en voldoende vrijwillige hulpverlening.