ECLI:NL:RBNHO:2020:11761
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en vermindering aanslag onroerendezaakbelasting
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €263.000 voor zijn woning met peildatum 1 januari 2018 en stelde een lagere waarde van €220.000 voor. Verweerder onderbouwde zijn waarde met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten in de buurt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog was, mede omdat de meest geschikte referentieobjecten een lagere kubieke-meterprijs hadden dan andere vergelijkingsobjecten. Eiser had onvoldoende onderbouwing geleverd voor zijn lagere waarde, onder meer doordat hij geen eigen taxatierapport had overlegd.
Omdat geen van beide partijen hun waarde aannemelijk kon maken, stelde de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €245.000. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en paste de aanslag onroerendezaakbelasting aan. Tevens werden de proceskosten van eiser toegewezen en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €245.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.