ECLI:NL:RBNHO:2020:11766
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn bij navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Eiseres maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012 en 2013. De Belastingdienst had de bezwaren pas na ruim veertien maanden na ontvangst van het bezwaar behandeld, wat een overschrijding van de redelijke termijn opleverde.
De rechtbank stelde vast dat de overschrijding geheel aan de Belastingdienst toe te rekenen was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een langere termijn rechtvaardigden. Eiseres had reeds een vergoeding van €1.000 ontvangen voor de zaak over 2015, die samenhangt met de onderhavige zaken.
Gezien de samenhang tussen de zaken werd de reeds toegekende vergoeding in mindering gebracht op het totaalbedrag van €1.500 waarop eiseres aanspraak maakte, zodat een aanvullende vergoeding van €500 werd toegekend. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Belastingdienst is veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.