ECLI:NL:RBNHO:2020:1321
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag kansspelbelasting internetpoker en vestigingsplaats houder
Eiser, inwoner van Nederland sinds juni 2016, nam deel aan internetpokerspelen via websites die worden geëxploiteerd door entiteiten verbonden aan [E], gevestigd op Isle of Man, en andere dochtervennootschappen op Malta. Verweerder legde een naheffingsaanslag kansspelbelasting op over juni en juli 2016, welke eiser betwistte met beroep bij de rechtbank.
De kern van het geschil betrof de vraag of de houder van het internetpokerspel gevestigd is binnen de EU (Malta) of buiten de EU (Isle of Man). Dit is relevant voor de toepassing van het recht op vrij verkeer van diensten (artikel 56 VWEU Pro). De rechtbank oordeelde dat het begrip 'houder van het kansspel' een nationaalrechtelijk begrip is en dat eiser de bewijslast draagt om aan te tonen dat de houder binnen de EU is gevestigd. Uit de feiten en omstandigheden bleek dat de zeggenschap over de organisatie van het spel en de technische infrastructuur op Isle of Man is gevestigd, waardoor de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Daarnaast was in geschil of verliezen bij EU-aanbieders mogen worden verrekend met winsten bij aanbieders buiten de EU. De rechtbank oordeelde dat dit is toegestaan, waardoor de naheffingsaanslag werd verminderd. Tevens werd een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn met 15 maanden, waarbij verweerder en de Staat de vergoeding naar rato moesten betalen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 19 februari 2020.
Uitkomst: De naheffingsaanslag kansspelbelasting wordt verminderd en het beroep van eiser wordt gegrond verklaard.