Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 maart 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
1. Voor welk deel van zijn inkomen valt [X] onder de Nederlandse belastingheffing?
België heeft dan ook voor de gehele periode van 25 april tot en met 31 oktober recht om belasting te heffen over het inkomen van [E] .”
Ik blijf dan ook bij het standpunt dat Nederland voor het inkomen van [E] dat betrekking heeft op de periode van 25 april t/m 31 oktober aftrek ter voorkoming van dubbele belasting zou moeten verlenen.
Restant persoonsgebonden aftrek
De verrekening van het restant persoonsgebonden aftrek De persoonsgebonden aftrek vermindert eerst het inkomen uit werk en woning (box 1), vervolgens het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) en tot slot het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2). Als na die verminderingen nog persoonsgebonden aftrek over is, mag dat naar een volgend jaar worden meegenomen. Deze overgebleven persoonsgebonden aftrek wordt ‘restant persoonsgebonden aftrek over voorgaande jaren’ genoemd. Als een restant persoonsgebonden aftrek over voorgaande jaren ontstaat, brengen wij u hiervan schriftelijk op de hoogte. De belastingaanslag waarop dit restant staat vermeld is de beschikking restant persoonsgebonden aftrek over voorgaande jaren. Tegen het bedrag op die beschikking kan binnen zes weken na de dagtekening van die beschikking bezwaar worden gemaakt. De dagtekening is de datum die wij op de beschikking hebben gezet.
“Belangrijk
Bij het beoordelen van de door u geschetste feiten en omstandigheden is rekening gehouden met de huidige wet-, regelgeving en jurisprudentie. Mochten er wijzigingen optreden in de beschreven feiten en omstandigheden, dan wel in de geldende wet-, regelgeving en jurisprudentie, is een andere beoordeling mogelijk. In een dergelijk geval kunt u geen rechten meer ontlenen aan deze brief.”
Ik ontving vandaag bericht vanuit kantoor Eindhoven/Breda.
Op verzoek van belastingdienst Eindhoven/Breda deel ik uw mede dat er na de regeling van de aangifte 2016 een doorschuifbeschikking zal worden opgemaakt, de compensatie wordt niet toegepast.”
Dank voor de bevestiging dat bij/na het opleggen van de aanslag over 2016 een doorschuifbeschikking zal worden vastgesteld. Echter, de discussie of dit betekent dat de compensatieregeling uit het belastingverdrag met België buiten toepassing blijft, voer ik graag rechtstreeks met uw collega van het kantoor Eindhoven/Breda die het dossier van mijn zoon in behandeling heeft.”