ECLI:NL:RBNHO:2020:1814

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2020
Publicatiedatum
10 maart 2020
Zaaknummer
7549077 \ CV EXPL 19-2162
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
  • C.E. van Oosten- van Smaalen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim passagiers wegens vluchtvertraging door buitengewone weersomstandigheden

Passagiers vorderden compensatie van luchtvaartmaatschappij Corendon Dutch Airlines wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op 10 augustus 2018 van Amsterdam naar Ohrid. Zij baseerden hun vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004, artikel 7, en eisten een vergoeding van €400 per passagier.

Corendon verweerde zich met het argument dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk hevige regenval, zware windstoten en stormen in Europa, waardoor vluchten werden vertraagd of geannuleerd. Tevens werd gesteld dat de verplichte rusttijden van de crew (Flight Duty Period) werden overschreden, waardoor de vlucht pas de volgende dag kon plaatsvinden.

De kantonrechter oordeelde dat Corendon voldoende had aangetoond dat de vertraging te wijten was aan deze buitengewone weersomstandigheden en dat alle redelijke maatregelen waren genomen om de vertraging te voorkomen. De vertraging van de eerste vlucht werkte door op de daaropvolgende vlucht vanwege crewrustvereisten. De vordering tot compensatie werd daarom afgewezen en de proceskosten werden aan de passagiers opgelegd.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen omdat de vertraging het gevolg was van buitengewone weersomstandigheden en naleving van crewrusttijden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7549077 \ CV EXPL 19-2162
Uitspraakdatum: 4 maart 2020
Vonnis in de zaak van:

1.[passagier sub 1] , wonende te [woonplaats]

2. [passagier sub 2] ,pro se en in de hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van
[minderjarige 1] ,beiden wonende te [woonplaats]

3. [passagier sub 3] , wonende te [woonplaats]

4. [passagier sub 4] ,wonende te [woonplaats]
5. [passagier sub 5]wonende te [woonplaats]
6. [passagier sub 6]wonende te [woonplaats]
7. [passagier sub 7]wonende te [woonplaats]
8. [passagier sub 8]pro se en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van
[minderjarige 2], beiden wonende te [woonplaats]
9. [passagier sub 9]wonende te [woonplaats]
10. [passagier sub 10]wonende te [woonplaats]
11.
[passagier sub 11], wonende te [woonplaats]
12. [passagier sub 12]wonende te [woonplaats]
13. [passagier sub 13]wonende te [woonplaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen de passagiers
gemachtigde R. Bos
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer
gedaagde
hierna te noemen Corendon

1.Het procesverloop

1.1.
De passagiers hebben bij dagvaarding van 4 februari 2019 een vordering tegen Corendon ingesteld. Corendon heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Corendon een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagiers hebben hierna nog een akte genomen.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met Corendon een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Corendon de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Ohrid Airport (Macedonië) op 10 augustus 2018 met vluchtnummer CND593, hierna: de vlucht.
2.2.
De vlucht heeft meer dan drie uur vertraging opgelopen.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van Corendon gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.4.
Corendon heeft geweigerd tot betaling over te gaan.
2.5.
Passagier sub 8 is door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens haar minderjarige kind te voeren.

3.De vordering

3.1.
De passagiers vorderen dat Corendon bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 6.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 augustus 2018, althans vanaf de datum van ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 675,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 10 augustus 2018 althans vanaf de datum van ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. - de nakosten.
3.2.
De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat Corendon vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

4.Het verweer

4.1.
Corendon betwist de vordering. Op haar verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
5.2.
De kantonrechter heeft geen acht geslagen op het in de laatste akte van de passagiers opgenomen commentaar dat niet ziet op de door Corendon in haar laatste conclusie overgelegde producties. De passagiers zijn door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om zich over die producties uit te laten, maar niet om het in de eerdere twee schriftelijke rondes gevoerde debat voort te zetten.
5.3.
Corendon voert aan dat passagier sub 2 voor wat betreft de vordering van haar minderjarige kind niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat geen machtiging van de kantonrechter is overgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat uit productie 10 bij repliek voldoende volgt dat de kantonrechter te rechtbank Gelderland de machtiging heeft afgegeven. Passagier sub 2 is dan ook ontvankelijk in de vordering van haar minderjarige kind.
5.4.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uren zijn aangekomen op hun eindbestemming, zodat Corendon op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Op grond van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening is Corendon niet verplicht de passagier te compenseren zoals bedoeld in artikel 7 van Pro de Verordening indien zij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
5.5.
Corendon voert voorts aan dat op 9 en 10 augustus 2018 sprake was van slechte weersomstandigheden in Amsterdam en de rest van Europa, te weten hevige regenval, zware windstoten en zomerse stormen. Vanwege de heftige windstoten heeft het KNMI code oranje afgegeven in Nederland. Het was voor vliegtuigen lastig of zelfs niet mogelijk om te vertrekken of te landen. Veel vluchten van en naar Amsterdam zijn daarom ook vertraagd vertrokken of geannuleerd. Voorafgaand aan de vlucht is de rotatievlucht CND217/CND218 uitgevoerd. Als gevolg van de weersomstandigheden kon de rotatievlucht niet op tijd vertrekken. Dit blijkt uit de slotberichten die zijn opgelegd voor vlucht CND217. De crew kreeg geen toestemming om op te stijgen. De vlucht heeft vervolgens meerdere malen een ‘new calculated take off time’ (hierna CTOT) opgelegd gekregen. Voorts is de vertraging opgelopen omdat het toestel op vluchtniveau FL310 moest vliegen. Vlucht CND217 is met een vertraging van 2 uur en 55 minuten in Hurghada gearriveerd, om 21:30 UTC. Het toestel kreeg vanuit het Operations Control Center (OCC) in Amsterdam de melding dat er een CTOT was uitgeven voor 22:15 UTC. Dit slot was niet haalbaar vanwege de omdraaitijd. Het toestel kon vervolgens niet terugvliegen naar Amsterdam vanwege de Flight Duty Period (FDP). Van te voren was niet bekend dat niet kon worden teruggevlogen, omdat dit afhankelijk was van de weersomstandigheden. Corendon heeft ten aanzien van vlucht CND218 de mogelijkheid onderzocht om uit te wijken naar een andere luchthaven en een nieuwe crew daarheen te laten komen, om zo binnen de FDP te blijven en te voldoen aan de verplichte rusttijden van de crew. Het weer in Europa was echter dusdanig slecht dat door Amsterdam OCC en de gezagvoerder is besloten om in deze omstandigheden niet terug te vliegen. Het laten vliegen van de cockpit- en cabinecrew zou de vliegveiligheid niet ten goede komen. Het slechte weer heeft aangehouden tot in de ochtend van 10 augustus 2018. Mede hierdoor was het niet zomaar mogelijk om een toestel in te huren dan wel ergens in Europa tijdens de FDP te landen. Ook was het niet mogelijk om een nieuwe crew in te vliegen, omdat ook deze crew zich vervolgens aan de rusttijden moet houden en niet direct terug kan vliegen. De inhuur van een ander toestel was niet mogelijk vanwege de drukte tijdens het hoogseizoen en gezien het feit dat in de ochtend van 10 augustus 2018 de weersomstandigheden nog altijd slecht waren. Corendon heeft wel, zonder succes, navraag gedaan naar de beschikbaarheid van een inhuurtoestel bij diverse luchtvaartmaatschappijen. Uiteindelijk is vlucht CND218 om 19:03 UTC (21:03 lokale tijd 10 augustus 2018) aangekomen in Amsterdam met een vertraging van 17 uur en 18 minuten. De onderhavige vlucht stond gepland om 16:50 uur lokale tijd te vertrekken vanuit Amsterdam. De vlucht is om 23:05 uur lokale tijd vertrokken en met een vertraging van 6 uur en 11 minuten in Ohrid aangekomen.
5.6.
De kantonrechter is van oordeel dat Corendon voldoende heeft aangetoond dat de uitvoering van vlucht CND217 is gehinderd door de slechte weersomstandigheden en daaropvolgende CTOT’s. Tevens heeft Corendon voldoende aangetoond dat door de vertraging van vlucht CND217 de crew bij de uitvoering van vlucht CND218, mede vanwege de aanhoudende slechte weersomstandigheden, de FDP zou overschrijden. Hierdoor kon vlucht CND218 pas de volgende dag, na het in acht nemen van de verplichte rusttijd worden uitgevoerd. Voor de beoordeling van het onderhavige geval is de vraag of de omstandigheden van 9 augustus 2018 kunnen doorwerken op een vlucht die op 10 augustus 2018 is uitgevoerd. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. De kantonrechter is van oordeel dat niet van Corendon kan worden verwacht dat zij een reservecrew gereed heeft staan op elke luchthaven waarop zij vliegt. Corendon heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen reservecrew tot haar beschikking had op Hurghada en dat ook het meenemen van een reservecrew geen optie was. Naar het oordeel van de kantonrechter werken de buitengewone omstandigheden dan ook door op de onderhavige vlucht. Immers kon vlucht CND218 pas de volgende dag worden uitgevoerd, omdat de crew de verplichte rusttijd in acht diende te nemen. Als gevolg hiervan is ook de onderhavige vlucht met vertraging uitgevoerd.
5.7.
Voorts is de kantonrechter van oordeel dat Corendon voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen. Corendon heeft zich ingespannen om vlucht CND218 alsnog op 9 augustus 2018 uit te voeren maar vanwege veiligheidsredenen is daar op het laatste moment van afgezien. Daarnaast heeft Corendon aangetoond dat zij zich heeft ingespannen om de onderhavige vlucht tijdig met een ander toestel te kunnen uitvoeren. Vanwege het hoogseizoen is dit niet gelukt. De vordering van de passagiers zal dan ook worden afgewezen.
5.8.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. De kosten van Corendon worden begroot op nihil, aangezien zij niet bij gemachtigde is verschenen.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
wijst de vordering af;
6.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten van Corendon, die tot en met vandaag voor Corendon worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten- van Smaalen, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter