De rechtbank Noord-Holland heeft op 19 maart 2020 een bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte uitgesproken. De verdachte wordt verdacht van het vervoeren van ruim 28 kilo heroïne en het witwassen van €58.600,-. Hoewel de ernst van de verdenking en het recidivegevaar in principe schorsing in de weg staan, zijn er bijzondere omstandigheden die verband houden met de coronacrisis.
De rechtbank overweegt dat het beoordelingskader voor schorsing van voorlopige hechtenis in essentie ongewijzigd is gebleven, maar dat nieuwe aspecten zoals de impact van de coronapandemie op het opsporingsonderzoek en de detentieomstandigheden meegewogen moeten worden. De onzekerheid over de duur en intensiteit van de crisis en de mogelijke vertraging van het onderzoek spelen een rol, evenals de verhoogde spanningen en belasting in penitentiaire inrichtingen.
Vanwege de kwetsbare gezondheid van de ouders van de verdachte, zoals blijkt uit overgelegde stukken, en het ontbreken van verzet van de officier van justitie, acht de rechtbank voldoende grond aanwezig om de voorlopige hechtenis te schorsen onder strikte voorwaarden. De verdachte heeft zich bereid verklaard aan deze voorwaarden te voldoen, waaronder het niet plegen van strafbare feiten, medewerking aan identificatie, en geen contact opnemen met een bepaalde persoon.
De rechtbank benadrukt dat de beoordeling in twee stappen plaatsvindt: eerst de reguliere afweging zonder corona, daarna de corrigerende inbreng van corona-gerelateerde omstandigheden. De officier van justitie speelt een belangrijke rol in de inschatting van de gevolgen van de crisis voor het opsporingsonderzoek en de maatschappelijke veiligheid. De schorsing gaat in op 20 maart 2020 om 12.00 uur.