ECLI:NL:RBNHO:2020:2261
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling hoogte WAO-uitkering na transitievergoeding
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Het primaire besluit stelde de uitkering vast op €1.320,44 per maand, later gewijzigd naar €1.364,66 per maand. Eiseres betwistte dat een bedrag van €3.000,- dat zij in maart 2017 ontving, niet was meegenomen in de berekening van haar uitkering.
Bij de zitting verklaarde eiseres zich te kunnen vinden in het gewijzigde besluit, behalve dat het bedrag van €3.000,- niet was meegenomen. Zij stelde dat dit bedrag geen transitievergoeding was, maar een tegemoetkoming voor zelf betaalde ziektedagen. Verweerder stelde dat het bedrag niet als SV-loon geregistreerd stond en daarom niet meegenomen kon worden.
De rechtbank oordeelde dat het bedrag terecht niet was meegenomen, omdat het volgens vaste rechtspraak geen beloning voor verrichte arbeid betreft en dus niet in de dagloonvaststelling kan worden betrokken. Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen belang meer bestond, en het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het gewijzigde besluit is ongegrond verklaard omdat de transitievergoeding niet meetelt voor de WAO-uitkering.