ECLI:NL:RBNHO:2020:2276
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schulden aan derde wegens uitsluiting op grond van Participatiewet
Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor een schuld aan een kennis die in 2016 de kosten van kinderopvang over 2015 voor haar heeft betaald. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op grond van artikel 13 van Pro de Participatiewet, dat bijstand voor schulden uitsluit. Eiseres stelde dat zij gedwongen was de inburgeringscursus te volgen en daardoor de kinderopvangkosten maakte, en dat bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat de kosten kinderopvang over 2015 reeds door een derde waren betaald ten tijde van de aanvraag, zodat geen bijzondere bijstand voor deze kosten kan worden toegekend. Daarnaast is het dwingendrechtelijke karakter van artikel 13 Pw Pro doorslaggevend, waardoor geen ruimte bestaat voor uitzonderingen tenzij sprake is van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 49 Pw Pro. De rechtbank constateert dat dergelijke dringende redenen niet zijn aangetoond.
Ook is niet gebleken dat eiseres een terugbetalingsverplichting heeft jegens de derde die de kosten heeft voorgeschoten, omdat geen schuldbekentenis of andere bewijsstukken zijn overgelegd. Bovendien faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de mening van een sociaal raadslid niet kan worden toegerekend aan verweerder.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter Affourtit-Kramer op 27 maart 2020 en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor schulden wordt ongegrond verklaard.