ECLI:NL:RBNHO:2020:2286
Rechtbank Noord-Holland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis tijdens coronacrisis
Op 20 maart 2020 diende verdachte een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis in bij de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en zowel de officier van justitie als de raadsman en verdachte gehoord. De coronacrisis bracht nieuwe aspecten mee die het verzoek mede onderbouwden, zoals de verscherpte detentieomstandigheden en mogelijke vertraging in het opsporingsonderzoek.
De rechtbank stelde vast dat het beoordelingskader voor schorsing van de voorlopige hechtenis ongewijzigd blijft en dat de ernst van het feit, het gewicht van de bezwaren en de gronden voor hechtenis centraal staan. Hoewel de coronacrisis de detentie zwaarder maakt, is dit op zichzelf onvoldoende reden voor schorsing. Ook de mogelijke vertraging van het onderzoek door corona werd als onzeker en onvoldoende aannemelijk beoordeeld.
Verdachte wordt verdacht van ernstige feiten, waaronder bezit van automatische vuurwapens en munitie. Eerdere verzoeken tot schorsing waren al afgewezen vanwege ernst, recidivegevaar en lopend onderzoek. De rechtbank concludeerde dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende zwaarwegend zijn en dat het verzoek daarom moet worden afgewezen.
De beslissing werd genomen door de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland op 25 maart 2020, waarbij de officier van justitie de tenuitvoerlegging gelastte.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.