ECLI:NL:RBNHO:2020:2314
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vordering tot nakoming van twee geldleningsovereenkomsten en betaling van rente en incassokosten
De zaak betreft een vordering van eiseres tegen gedaagde tot betaling van een bedrag van €3.488,45 aan opeisbare geldlening, €395 aan incassokosten en €228,88 aan contractuele rente. Eiseres en gedaagde sloten in 2015 en 2017 twee geldleningsovereenkomsten waarbij gedaagde geld leende tegen een rente van 4,5% per jaar. De eerste lening werd deels afgelost, maar een hoofdsom van €788,45 bleef onbetaald. De tweede lening betrof de aankoop van een auto op naam van gedaagde, gefinancierd door eiseres.
Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat zij de lening niet op haar rekening heeft ontvangen, dat de auto een gift was en dat zij vanwege dyslexie de overeenkomsten niet begreep. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de overeenkomsten heeft ondertekend en dat het bewijs van de lening voldoende is, ook al ontbreken bonnen van de inboedel. De vermeende gift wordt verworpen omdat de schriftelijke overeenkomst van geldlening en betaling van €50 bevestigen dat het om een lening gaat.
De dyslexie van gedaagde leidt niet tot vernietiging van de overeenkomst omdat de voorwaarden niet onredelijk zijn en gedaagde de lening heeft uitgevoerd. De gevorderde incassokosten en rente worden eveneens toegewezen. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de resterende hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten.