ECLI:NL:RBNHO:2020:2315
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WIA-uitkering gedeeltelijk arbeidsongeschikten ongegrond verklaard
Eiser, laatstelijk werkzaam als [functie] voor 40 uur per week, meldde zich op 16 november 2016 ziek en vroeg op 27 juli 2018 een WIA-uitkering aan. Verweerder kende op 24 september 2018 een loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsongeschikten toe, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 59,7%.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat zijn beperkingen groter waren dan aangenomen, onderbouwd met medische rapporten van diverse specialisten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bevestigden het oorspronkelijke oordeel, waarbij zij rekening hielden met de beperkingen en de medische informatie.
De rechtbank oordeelt dat de medische rapporten zorgvuldig en overtuigend zijn en dat onvoldoende bewijs is geleverd dat eiser meer beperkt is dan vastgesteld. De combinatie van klachten, medicatiegebruik en externe factoren zijn adequaat beoordeeld. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geschiktheid van functies is voldoende gemotiveerd.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit tot toekenning van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.