Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2020 in de zaak tussen
[X] , eiser(es),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de Belastingdienst. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Eiser was verplicht het griffierecht van €47 te betalen binnen vier weken na mededeling, maar heeft dit niet gedaan ondanks twee aanmaningen, waarvan één aangetekend. Er is geen verontschuldiging voor het niet betalen gegeven. Daarnaast heeft eiser nagelaten het volledige adres, een machtiging en het afschrift van het besluit te overleggen, ondanks een schriftelijke waarschuwing en verzoek tot herstel.
De rechtbank concludeerde dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 3 april 2020 en is vanwege coronamaatregelen niet openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en procedureel verzuim.