Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift,
- de brief van mr. De Groot van 29 januari 2020,
- de mondelinge behandeling.
- [A.], bestuurder van Vrieshorst, bijgestaan door mr. Woud voornoemd,
- de heer [B.], directeur en enig aandeelhouder van Bot, bijgestaan door mr. De Groot voornoemd,
- de heer [C.], directeur en enig aandeelhouder van [C.].
€ 1.875.000. De overdracht van de grond heeft tot op heden niet plaatsgevonden. Ik weet niet hoe het komt dat de naam van Bot BV al wel genoemd wordt in het Kadaster. Voor de aanbetaling van
3.Het Verzoek
e-mailcorrespondentie tussen TOVV en [C.] van 13 december 2017, nog geen 5 dagen voor de koopovereenkomst tussen [C.] en Bot. Uit die e-mailcorrespondentie blijkt, aldus Vrieshorst, dat TOVV en [C.] overeenstemming hadden over de koop en levering van de percelen aan TOVV op basis van een definitieve versie van de koopovereenkomst. Daarnaast is Vrieshorst na de getuigenverhoren gebleken dat Bot begin september 2019 reden heeft gezien om TOVV te benaderen met een voorstel strekkende tot definitieve afstand van iedere aanspraak, die TOVV en Michel Post Architecten B.V. jegens haar uit hoofde van het project Wagenweg 10F en G mochten hebben, zulks tegen de eenmalige betaling van € 100.000,--. Aanvankelijk was voorwaarde hierbij dat ook Vrieshorst zich dienovereenkomstig zou binden jegens Bot, aldus Vrieshorst.
4.Het verweer
fishing expeditie. Voor nog eens een tweede verhoor met dezelfde getuigen over hetzelfde onderwerp moeten wel heel bijzondere en klemmende redenen zijn gesteld en aannemelijk worden gemaakt. Dat is hier niet het geval. Daarbij komt dat Bot niets te maken heeft met het geschil tussen TOVV en Vrieshorst en met name niets met Vrieshorst. Omgekeerd heeft Vrieshorst niets te maken met Bot. Bot was voor de koop niet bekend met Vrieshorst of enige positie van Vrieshorst. Gelet daarop, is – al dan niet in onderlinge samenhang bezien – sprake van de afwijzingsgronden geformuleerd in de rechtspraak. Bot concludeert daarom tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van Vrieshorst in de kosten.
5.De beoordeling
fishing expeditieis dus geen sprake. Anders dan Bot meent is, verandert de norm waaraan moet worden getoetst bij een tweede (voorlopig) getuigenverhoor omtrent hetzelfde feitencomplex bovendien niet van kleur van ‘ja, tenzij’, in ‘nee, tenzij’. Dat geen sprake zou zijn van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, nog daargelaten of dat tot afwijzing van het verzoek zou moeten leiden, volgt de rechtbank gelet op het voorgaande niet. Dat sprake is van misbruik van bevoegdheid of strijd met de goede procesorde is evenmin gebleken.
6.De beslissing
twee wekenna de datum van deze beschikking schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de rekestenadministratie van de afdeling privaatrecht - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei tot en met juli 2020 moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald.