Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
intrekkingvan het primaire besluit en gesproken wordt van een herbeoordeling
per 1 december 2018. Door verweerder is verklaard dat in het bestreden besluit het primaire besluit is heroverwogen en dat de datum in geding dezelfde zou moeten zijn als in het primaire besluit. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het bestreden besluit inhoudt dat eiseres bij nader inzien per de datum in geding, te weten
12 september 2018, volledig arbeidsongeschikt wordt geacht. Dit brengt met zich dat eiseres achteraf doorlopend (vanaf 2011) het recht heeft behouden op haar WIA-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%.
uit mocht gaanvan een redelijke of goede verwachting dat verbetering van de belastbaarheid zou optreden, lag op de verzekeringsarts in bezwaar en beroep, gelet op de informatie die aanwezig was of had kunnen worden verkregen, de taak om nader en concreet te motivering waarom in dit geval een verbetering van de belastbaarheid in het eerstkomende jaar
kon worden verwacht. Dit vereist een andere, specifieke motivering en deze heeft verweerder niet gegeven. De overweging van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, dat eiseres in juli 2018 belastbaar is geacht conform de opgestelde fml, is onvoldoende. Omdat eiseres achteraf doorlopend volledig arbeidsongeschikt is geacht, kan aan deze fml niet de waarde worden toegekend die verweerder hieraan toegekend wenst te zien.
Beslissing
- draagt verweerder op binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.