ECLI:NL:RBNHO:2020:2631
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens
Eiser, voormalig ondernemer, verkocht zijn bedrijf in 2017 en ontving daarna tijdelijk bijstand. Na een nieuwe aanvraag in februari 2019 wees het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de uitkering af vanwege een overschrijding van de vermogensgrens.
Verweerder corrigeerde het vermogen van eiser door rekening te houden met schulden en gemaakte kosten, resulterend in een vermogen van €11.558,67, boven de vrijlating van €6.120,-. Eiser voerde aan dat niet alle kosten en schulden juist waren meegenomen en dat de verkoopopbrengst van zijn bedrijf onzeker was vanwege een lopende civiele procedure.
De rechtbank oordeelde dat de periode van beoordeling beperkt is tot de aanvraagdatum tot het primaire besluit en dat verweerder terecht uitging van de contante opname van €46.000,- als uitgangspunt. Kosten waarvoor geen bewijs werd geleverd, konden niet worden meegenomen. Schulden die eiser als kosten opvoerde, zijn juist als zodanig erkend. De onzekerheid over de verkoopopbrengst is een toekomstige gebeurtenis die niet in de beoordeling wordt betrokken.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering wegens te hoog vermogen is ongegrond verklaard.