ECLI:NL:RBNHO:2020:2695
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zorgtoeslagaanvraag wegens overschrijding wettelijke termijn
Eiseres had voor de jaren 2015 en 2016 zorgtoeslag ontvangen, maar haar gemachtigde had de zorgtoeslag voor 2017 stopgezet. Voor het jaar 2017 diende eiseres een nieuwe aanvraag in, die echter pas op 15 maart 2019 werd ontvangen, na de uiterste indieningsdatum van 1 september 2018. Verweerder wees de aanvraag af wegens termijnoverschrijding en verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond.
Eiseres betoogde dat geen nieuwe aanvraag nodig was omdat eerdere aanvragen mede voor volgende jaren gelden, en dat verweerder haar in een onmogelijke positie bracht door geen uitnodiging voor de aangifte inkomstenbelasting te sturen. Tevens stelde zij dat de hoorplicht was geschonden. Verweerder stelde dat een nieuwe aanvraag wel vereist was en dat het bezwaar terecht kennelijk ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de wet een dwingende termijn stelt voor het indienen van de aanvraag zorgtoeslag en dat geen uitstel was verleend. Het niet tijdig indienen is voor rekening van eiseres. De hoorplicht mocht worden beperkt omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvraag zorgtoeslag 2017 is te laat ingediend en het beroep wordt ongegrond verklaard.