Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 april 2020 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker(gemachtigde: mr. J.J. van ‘t Hoff),
Procesverloop
12 februari 2020 ongeldig verklaard.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs door verweerder en een voorlopige voorziening gevraagd. Nadat verweerder het bezwaar gegrond verklaarde, trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb bij intrekking wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de kosten kan worden veroordeeld. De kosten betroffen rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en werden vastgesteld op €525.
De griffierechtvergoeding werd uitgesloten van deze uitspraak. De voorzieningenrechter veroordeelde verweerder tot betaling van €525 aan proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €525 aan proceskosten aan verzoeker.