ECLI:NL:RBNHO:2020:2725
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken directe betaling
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Zaanstad omdat hij stelde dat hij bezig was met lossen op een losplaats en daarom geen parkeerbelasting hoefde te betalen. De rechtbank oordeelde dat het voertuig op het moment van constatering na 18:00 uur geparkeerd stond op een plek waar alleen tegen betaling geparkeerd mag worden en dat er geen sprake was van laden en lossen in de zin van de wet.
Eiser bracht een betalingsbewijs in via ParkMobile, maar dit betrof een betaling die pas na constatering door de parkeercontroleur was gedaan. De rechtbank stelde vast dat de parkeerbelasting direct na het parkeren voldaan moet zijn en dat dit niet het geval was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter G.H. de Soeten in aanwezigheid van griffier H. van Lingen op 25 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard omdat de betaling niet direct na het parkeren heeft plaatsgevonden.