ECLI:NL:RBNHO:2020:2726
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschriften omzetbelasting niet-ontvankelijk verklaard met vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiseres, een tweedelijns GGZ-psycholoog en ondernemer voor de Wet op de omzetbelasting, maakte bezwaar tegen voldoeningen op aangiften omzetbelasting over diverse kwartalen van 2013 en 2014. De bezwaren werden door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat ze voortijdig dan wel te laat waren ingediend. Eiseres voerde onder meer een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, dat door de rechtbank werd verworpen wegens gebrek aan beschermenswaardig vertrouwen.
De rechtbank overwoog dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard omdat de besluiten waartegen bezwaar werd gemaakt ten tijde van het bezwaarschrift nog niet tot stand waren gekomen en eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij de latere bezwaarschriften tijdig had ingediend. Ook het beroep op Europese regelgeving bood geen soelaas, omdat het formele recht aan de lidstaten is overgelaten.
Eiseres vorderde daarnaast schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de termijn van ruim zes jaar tussen ontvangst van het bezwaarschrift en uitspraak was overschreden met bijna vijf jaar, wat een vergoeding van € 5.000 rechtvaardigde. De proceskosten werden aan eiseres toegekend en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Bezwaarschriften niet-ontvankelijk verklaard, beroep ongegrond, maar immateriële schadevergoeding van € 5.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.