Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer en de tegenvordering
5.Het verweer tegen de tegenvordering
Voorts voert [eiser] aan dat [gedaagde] zich niet op opschorting kan beroepen omdat hij ten tijde van het verstrijken van de betalingstermijn van de facturen van 19 september 2018 zijn werkzaamheden nog niet had beëindigd wegens ziekte. Ten aanzien van de facturen van 28 december 2018 voert [eiser] aan dat opschorting alleen mogelijk is bij tegen elkaar wegvallende prestaties, hetgeen niet het geval is en [eiser] zijn prestatie al heeft verricht.