ECLI:NL:RBNHO:2020:2813
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op zelfstandigenaftrek wegens onvoldoende urencriterium in 2016
Eiser voerde aan dat hij in 2016 ruim voldeed aan het urencriterium van minimaal 1.225 uren en daardoor recht had op zelfstandigenaftrek. Hij stelde dat hij veel tijd besteedde aan ondernemingsactiviteiten, waaronder het opstellen van een businessplan, acquisitie, online cursussen en sollicitaties.
Verweerder stelde dat de urenoverzichten te globaal en onvoldoende gespecificeerd waren en dat er nauwelijks tijd werd besteed aan omzet genererende werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde urenoverzichten onvoldoende bewijs leverden om aannemelijk te maken dat het urencriterium werd gehaald. Ook de inconsistenties in de urenopgaven, zoals het ontbreken van uren voor sollicitaties in latere overzichten, werden meegewogen.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat verweerder verplicht was tot actief onderzoek naar zijn projecten en oordeelde dat verweerder voldoende gemotiveerd had waarom de zelfstandigenaftrek werd geweigerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag met de verzuimboete en belastingrente bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2016 aan het urencriterium voldeed.