Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- algeheel akkoord door [# 2] met de oude schuldeisers;
- oplossing nieuwe schulden;
- betalingsregeling CJIB;
- continuering bewindvoering (zakelijk en privé);
- voldoende opdrachtgevers.
Verder is vermeld dat duidelijk is gebleken dat eiser niet in staat is om zijn eigen financiën goed te beheren. Eiser werd financieel begeleid door ‘ [# 3] ’. De samenwerking met eiser is beëindigd omdat het niet mogelijk was om goede afspraken met hem te maken.
De per 7 januari 2019 door de rechtbank toegekende bewindvoerder heeft om ontslag gevraagd omdat eiser zich voortdurend niet houdt aan de voorwaarden van het bewind. Eiser zal dan weer zelf verantwoordelijk worden voor het financieel beheer. Hiertoe is eiser niet voldoende in staat. De lijst met nieuwe schulden loopt op. Er is geen mogelijkheid deze op te lossen. Het schuldsaneringstraject bij [# 2] zal dan ook mislukken. De onderneming is volgens de rapporteur niet levensvatbaar omdat sprake is van een zeer grote schuldensituatie en financieel onvoldoende beheer. De financiële positie van het bedrijf is sinds de start ernstig verslechterd. Aan de voorwaarden voor uitbetaling van het saneringskrediet is niet voldaan. Verlenging van de uitkering is niet mogelijk omdat geen sprake is van een levensvatbaar bedrijf. De conclusie luidt dat verdere ondersteuning vanuit het Bbz dan ook onverantwoord is.
De vakbekwaamheid van eiser alleen is onvoldoende om te stellen dat er sprake is van een levensvatbaar bedrijf. Naast vakmanschap is dit ook gebaseerd op de mogelijkheid een gezonde financiële huishouding te voeren. Eiser geeft toe dit zelf niet te kunnen. Hij verhindert anderen deze huishouding op te zetten. Het bedrijf is dan ook niet levensvatbaar omdat eiser zich niet aan afspraken kan houden, aldus verweerder.